Mer à boire

"De hel, dat is de ander" hoor je vaak iemand roepen die wil benadrukken hoeveel last hij van de medemens heeft. Meestal heeft de klager zojuist iets vervelends meegemaakt: een opgestoken vinger in het verkeer, een lawaaiige buur. De mensen om hem heen zijn hem tot last. Hij citeert de Franse filosoof Sartre, in alle overtuiging het citaat juist te hebben toegepast.

Maar in 99% van de gevallen is die uitdrukking verkeerd begrepen. Sartre
bedoelde niet: de hel dat is de ander omdat de ander mij tot last is.
Sartre bedoelde: de hel, dat is de blik van de ander. Sartre was zich al snel
van de verwarring bewust, nadat hij in zijn theaterstuk "Huis-clos" een
speler laat verzuchten: "L'enfer, c'est les autres." Het stuk in het
Nederlands "Met gesloten deuren" verhaalt van drie personages die in de
hel verkeren. Niet in de hel van de gelovige, maar in het gevang van het
oordeel van de ander. In een situatie die ze onmachtig zijn of onwillig te veranderen. Immers, de hel dat is de ander niet vanwege zijn daden,
maar vanwege de blik die hij op je werpt, die je vormt, die je zelfperceptie verandert. Vanwege de perceptie en de daaruitvolgende verwachtingen die de medemens van je heeft en die in grote mate bepalen hoe iemand zichzelf ziet. Vanwege de spiegel die de ander voor ons vasthoudt. Sartre heeft niet be