Ausfahrt

Terug uit het zonnige Zuiden heb je grosso modo twee opties: via Frankrijk en België of via Duitsland. Via Frankrijk is de afstand meestal korter doch we rijden liever door Duitsland. Voor het eten. Eten doe je tegenwoordig namelijk in Duitsland.

Waar Frankrijk je veroordeelt tot fabrieksmatige snelweghappen kun je op de Duitse Autobahn, zodra de eerste tekenen van vermoeidheid zich aandienen, een willekeurige afslag nemen. Na een paar minuten vind je tal van lieflijke herbergen waar je voortreffelijk kunt dineren en drinken en vervolgens je hebt nu eenmaal teveel op heerlijk kunt slapen. Wie niet van de snelweg wil geraken neemt dan vooral (veel!) genoegen met de Duitse versie van het snelwegrestaurant: het Rasthof. Immense zalen met, bijvoorbeeld, een carrousel uit de vroege 20ste eeuw, maar vooral over 10 meter lengte warmhoudbakken met verschillende soorten gebrat: hele varkensschouders voor één persoon, sappige worsten, niet verder na te duiden hompen krokant vlees overvloedig badend in smeuïge jus, knakverse groente en salades, draaiplateau's met Schwartzwald-taarten naast minder bekend doch net zo smakelijk gebak... Wij zwichten voor deze hoorn des overvloeds en nemen de extra kilometers voor lief. Zo geschiedde dit keer weer. We namen de eerste de beste afslag voorhanden en klopten op de bonnefooi aan bij een van de maar liefst tien pittoreske herbergen waar we tegenaan liepen. We gingen meteen akkoord met wat voor kamer ze ook hadden en spoedden ons naar de eetzaal. De goedzakkige teutonen die ons moesten bedienen dachten zeker: "Die scharminkels uit de stad eten vast niets" terwijl ze toch maar, uit gewoonte of voor de zekerheid, onze tafel en die ernaast, voor de gelegenheid als bijzettafel fungerend, bedekten met reusachtige schotels van entrecôte (nooit geweten dat er zoveel vlees zat tussen de ribben van een koe), royale hoeveelheden gemüse (heerlijk in jus gebakken) en aardappels in alle denkbare vormen. Maar als er iemand is die kan eten dan ben ik dat, en David doet niet voor mij onder. We hebben gebunkerd voor tien. Op dat punt aanbeland kregen wij korting op de toch al stichtelijke prijs van de kamer. Toen de kinderen daarbovenop elk een dozijn slakken bestelden en opschrokten moest de eigenaresse (die ook bediende, een struise dame in folkloristisch japon) zich vreselijk inhouden om nog verder met de prijs te zakken. In plaats daarvan werden wij overladen met liefdevolle blikken van goedkeuring. Ik kreeg een visitekaartje met de vraag of wij alstublieft terug kwamen op onze volgende doorreis. De serveersters stopten de kinderen vervolgens telkens weer snoep toe, tot we de volgende dag wegreden en zij ons net niet achterna renden om een laatste lollie in hun zwaaiende handjes te drukken.

De hele streek is bovendien vergeven van wijngaarden. We kennen in Nederland de Elzas met haar pinots en gewürtszstraminers, maar een kilometer of twee oostwaards bevindt zich de Duitse pendant, met even verrukkelijke witte wijnen. Die wil je natuurlijk allemaal geproefd hebben. Dat kan! Een aantal proefglaasjes met alle soorten wijn uit de streek worden voor je neus gezet met handgeschreven etiketjes erbij ("Tap" "Fles" maar dan in plaatselijk dialect). Om je heen zitten de Duitsers ondertussen aan torenhoge pullen bier uit verschillende taps, tja.. daar word je ook nieuwsgierig naar. Mijn kamer kon ik na dit bacchanaal slechts op handen en knieën bereiken, wat in mijn benevelde hersenen het idee heeft doen ontstaan om hier vervolgens rekening mee te houden bij het kiezen van de kamer: "Dichtbij de eetzaal graag."

Bij het ontbijt de volgende ochtend spoedde de serveerster zich om de mandjes op belendende tafels leeg te plukken voor ons, tot ze op het idee kwam om naar de bakker te rennen voor dampend warme broodjes, die ze hijgend direkt aan ons gaf, zo uit de papieren zak. We waren toen al klaar, maar zoveel goedheid kun je niet onbemerkt laten, dus vooruit... De rest van de dag konden we doorrijden: niemand van ons heeft tot Amsterdam toe nog honger gehad, al kregen wij en beetje ruzie omdat ik toch maar een allerlaatste Rasthof aan wou doen.

Je kan nog meer lol beleven aan deze route. Zoals aan het rijgedrag van onze Oosterburen. Bij geboorte worden zij gekeurd door de Polizei en krijgen zij een certificaat:
Categorie A: rechterbaan
Categorie B: middenbaan
Categorie C: linkerbaan
Daar wijken ze verder hun levenlang niet van. In Italië daarentegen, gedijt een zekere minachting op de weg voor alles wat naar commando's riekt: een vermanend bord, een witte streep... De Italiaan mag zich pas zo noemen als hij maar vaak genoeg over de volle breedte van het wegdek weet te slingeren. Als wij uiteindelijk Duitsland bereiken, heeft David deze originele manier van je voortbewegen onder de knie, en rijdt hij kilometers door pal op de witte streep tussen twee rijbanen. Je kan ze natuurlijk niet horen, ingekapseld in onze wederzijdse blikken als wij zijn, maar je voelt de paniek bij de Duitse medeweggebruikers: "Wat voor certificaat heeft dìe bij de geboorte gekregen??"

Verder heb je de vaak aangekondigde Autobahnkirche, die mij zonder meer de moeite waard lijkt om er een keer voor te stoppen. Maar vooral, vooral, we houden op de Autobahn de kindertjes de hele reis zoet, doordat David bij elke uitrit vraagt: "Wat betekent Ausfahrt?", waarna de kinderen uit volle borst gillen: "Uitvaart!", en dit tot we Nederland bereiken.

Een betere reis kan ik me niet voorstellen.


Liva Elders