Leven is loslaten

Leven is loslaten en loslaten is hels. Wanneer het zwaard van Damocles op je hoofd valt - je hebt een innig geliefd wezen verloren - wil je zelf maar een ding: sterven. Ter plekke. De pijn is verschroeiend. Je loopt in rondjes de naam van de vertrokkene te schreeuwen. Je ligt op de grond van de keuken te huilen. Al gauw lijk je hysterisch: nu eens stromen de tranen, dan weer lach je.

Op zo'n moment lijkt het alsof niets ter wereld dat leed kan laten verdwijnen. Dat leed, dat zo intens is en zo wreed dat het jouw persoon overgenomen heeft, en dreigt nooit meer weg te gaan.

Maar dingen helpen.

Tijd. Het aloude cliché, maar zo waar. Tijd heelt echt alle wonden. Hij laat wel littekens achter, maar de scherpte gaat eraf. Na verloop van tijd (maanden? Jaren?) ben je min of meer een 'normale' versie van je toekomstige zelf. Niet een op de grond jankend hoopje verdriet.

Mensen. Familie, vrienden: aan het werk! Aandacht werkt acuut. Het balsemt de getroffen ziel. Dus wees niet bang en praat, schrijf, bel. Maakt niet uit wat u zegt. Doe het maar. Ook al schreeuwt de rouwende u weg. Zeg iets. Geef een teken van medeleven. Zeg op zijn minst 'gecondoleerd' of verzin iets meer persoonlijks. Zeg dat u er bent. Dat u aan de gekwelde mens denkt. Dat u van die mens houdt.

Schuld uitbannen. Resoluut. Schuldgevoelens zijn de satan van het rouwen. "Ik had beter zus", "Had ik maar zo". Gedane zaken nemen geen keer. Praat erover met uw intimi, of met een specialist. Ban deze gedachten actief uit uw geesteslandschap. Visualiseer ze in een wolkje en blaas dat wolkje weg. Keer op keer. Wees sterk hierin, het is een krachtig gif dat uw leven probeert te vergallen.

Properheid. Zelf ben ik nogal een sloddervos, maar als ik een dierbare verlies, dan trek ik alles uit de kast om niet (wéér) in een depressieve staat te belanden. Stomme dingen, zoals: opstaan. Elke dag douchen. Schone kleren. Een kam in je haar. Een bezem door de keuken. Een rommeldoos naar zolder.

Actief zijn. Ook al wil je het liefst in bed kruipen en niets doen, ook als alles pijn doet wat je onderneemt, omdat het herinneringen roept aan de tijd dat je het samen deed, sta op en doe dingen. Bed = NO GO AREA. Alleen om te slapen. Ga op de automatische piloot naar buiten, loop (desnoods huilend en pratend tegen je vertrokkene) een blokje om. Ga naar het park, huil om de mazzelkonten die vrolijk hun dag besteden. Ga zitten en stuur antwoorden aan wie jou condoleert. Werk, als u dat heeft, is de allerbeste afleiding. Zo niet, houd uzelf anderzijds bezig.

Een altaartje. Zelf pak ik een doodgewoon kartonnen doosje, en doe daar allerlei voorwerpen van de overledene. De rest laat ik eerst staan, die ruim ik vervolgens stukje bij beetje op. Langzaam. Elke keer is het alsof een deur dichtgaat op de gang naar het Grote Waar.

Geur. Vang geur. Kledingstuk/dekentje/kussen in een plastic tas. Knoop dicht. Ruik er af en toe aan. Huil. Doe weer dicht.

Woorden. Af en toe vliegt een zin voorbij die je vooruit helpt, al dan niet ronduit kitsch. Voor mij was dat "Go through the valley of tears" wat de onuitsproken belofte inhield van een fijn toekomst aan het einde van de tunnel, en een quote die een vriendin mij stuurde: "The risk of love is loss, and the price of loss is grief. But the pain of grief is only a shadow when compared with the pain of never risking love." Op de begraafplaats zag ik op een steen staan: "Achter elke traan van verdriet, schuilt een glimlach van herinneringen." Dat gaf me moed om de gedachten aan verdrietige momenten (het afgrijselijke sterfproces) actief te vervangen door herinneringen aan blije momenten samen.

Erkenning. Respecteer de pijn. Ook als u niet hoort bij de kring van intimi, uw relatie met de overledene heeft bestaansrecht. Rouwen om huisdieren: net zo erg als van mensen. Iemand vertrekt voorgoed naar het verre buitenland: rouwen. Scheiding: rouwen. Liefde kent vele vormen!

Zelfs het schrijven van dit stukje is onderdeel van mijn rouwen. Ik tik het terwijl de tranen over mijn wangen stromen en een mes mijn hart doorboort. Ik heb nog momenten dat ik me afvraag of ik dit ga overleven. Want mijn schat is vertrokken. Een kind nog, helemaal alleen, zonder mij, op weg naar ik weet niet waar.

Robotachtig doe ik de dingen die hierboven staan. Want als ik stop, dan tuimel ik in de Diepe Put.
Wie heeft gerouwd weet welke ik bedoel.