Privé

Toen ik nog columns schreef voor Uitvaart.nl (of moet ik zeggen Uitvaart.com, of 0800-sterfgeval, Uitvaartbranche.nl, Groene-uitvaart.nl, Uitvaartkaart.nl, Uitvaartkaart.be, Uitvaartsite.nl,Uitvaartverzekering.nl, Dood.nl, Palliatievezorg.nl,Condoleance.nl, Condolences.eu, Sterfgeval.nl, Thanos.org ... allemaal van hetzelfde bedrijf) werd ik gevraagd om te verhalen over ervaringen uit het uitvaartondernemerschap. Ik moest het hebben over gekke dingen die tijdens een uitvaart gebeuren, mot tussen erfgenamen, knallende ruzies bij het afscheid, technische rampen en wat dies meer zij. Ik bedankte vriendelijk.

Een uitvaart is intiem. Niet voor mij noch voor de baas van Uitvaart.nl, maar wel voor de zoon van de man die opgebaard ligt, en voor de moeder van het te vroeg gestorven kindje. Een uitvaart gaat zoals het gaat, en dat hang je niet aan de grote klok. Ook niet anoniem. Elke klant zou zich ogenblikkelijk herkennen in de situatie die ik zou schetsen, mocht ik de laffe moed voelen opkomen om dat toch te doen. Internet is die grote klok. Blijf af, zou ik dus zeggen tegen uitvaartnederland. Gooi niet te grabbel het laatste bastion van integriteit voor de schamele kick van pseudoschrijverschap.

Een collega en ik delen dit standpunt, en, omdat we ons zorgen maken om het gebrek aan zelfcorrectie bij de rest van onze beroepsgroep (zie de vele columns met die strekking op de sites van tal van uitvaartondernemingen), hebben wij dit voorgelegd aan de NUVU, onze brancheorganisatie. Wie schetse mijn verbazing toen van de weeromstuit een groot artikel verscheen in het Uitvaartwezen, het blad van de NUVU, waarin een lans werd gebroken voor het juist oprekken van de journalistieke vrijheid omtrent uitvaarten. Omdat het volk zelf daarnaar zou vragen. "Het domein van wat mensen privé willen houden, wordt kleiner. Dat vinden ze niet erg. Men wordt daar makkelijker in, jonge mensen vooral." Aldus media-ethicus Huub Evers. Volgens Gijsje Teunissen, die om de week in geuren en kleuren de belevenissen van haar klanten in het Noord-Hollands Dagblad neerpent is het zelfs in het belang van de nabestaanden dat ze zo openhartig is: "De ervaring leert dat de nabestaanden het juist graag willen publiceren, omdat ze dan het gevoel hebben dat ze anderen kunnen helpen." Maar als dat zo is dan doen ze dat toch zelf? Op hun facebook of ander sociaal medium? Het Uitvaartwezen is kort geleden overgegaan van een beheer door de NUVU (geschreven door vakmensen uit de branche) naar de groep Uitvaartmedia, dat een stuk "journalistieker" te werk gaat. Dat juist zij proberen aan te tonen dat het wel meevalt klinkt inderdaad als de bekende sensatiezucht van de pers. Dat zij dat weg willen moffelen onder het mom van verschuivende ethiek, is dan ook zeker laakbaar.

Dat het tegendeel waar is, en dat er geen weg terug is mocht je je bedenken, zie je aan het verzoek van een jonge vrouw aan de Volkskrant (zat 13 sept 2008) om een artikel over haar dat 10 jaar geleden is geschreven uit het internet-archief te schrappen. Het antwoord van de ombudsman van de Volkskrant: Geen denken aan. Geschreven is geschreven. Met de (rake) kanttekening dat bewust artikel vroeg in het ontstaan van internet is afgenomen en gepubliceerd, en dat de betrokkenen daardoor niet konden inschatten hoe ver de consequenties zouden gaan. Met onze huidige kennis van internet kunnen we volmondig erkennen: wereldwijd en eeuwig. Maar toegeven dat de media fout zijn in het schaamteloos te grabbel gooien van jan en allemans ellende, nee, dat is een brug te ver. De mensen willen het immers zelf.

In het kader van een uitvaart kunnen mensen wel van alles willen, dat impliceert niet dat wij professionals er mee van door moeten gaan. Een van de pijlers van de ongeschreven erecode van onze branche is dat je geen munt mag slaan uit het gevoel van radeloosheid dat iemand bevangt op zo'n dramatisch ogenblik. De dood slaat de nabestaanden volledig uit het lood, iemand is tijdelijk eigenlijk min of meer wilsonbekwam. Je dringt daarom ook niet een peperdure Amerikaanse kist op aan iemand die van een uitkering moet rondkomen, al is hij of zij bereid, onder de schok, een uitvaart "à la Duisenberg" aan de hemelende te geven. Je past ervoor, je doet het niet.

Hetzelfde geldt voor het publiceren van uitvaartverhalen. Wat mij betreft kan dat geschaard worden onder het misdrijf: misbruik van omstandigheden. Hoogtijd voor een "Eed van Thanatos": een geschreven en bindende code om het wegkwijnende fatsoen in uitvaartland nieuw leven in te blazen.


Liva Elders